Meten

Goede veilige zorg, waar en wanneer dat nodig is. Cliënten moeten erop kunnen vertrouwen dat ze in Martinushuis in veilige handen zijn. Om die veiligheid te waarborgen, voeren we verschillende audits (zowel intern als extern) en kwaliteitschecks uit. Verbeterpunten uit deze audits en checks worden door de kwaliteits-/ verpleegkundige opgenomen in het actieplan.​

Audits

Door middel van waarderend auditen meet locatie Martinushuis de kwaliteit van haar zorg- en dienstverlening. Tijdens deze waarderende audits vindt een gesprek en zorgdossiercheck plaats met de betrokken zorgmedewerkers, behandelaren en auditoren. Hier wordt stilgestaan bij wat goed gaat (waar zijn we trots op) en welke onderdelen hebben verbetering nodig. In 2019 heeft BrabantZorg twee audits ontwikkeld: palliatieve zorg en persoonsgerichte zorg. In deze laatstgenoemde audit is observatie hiervan een nieuw onderdeel.

In 2020 zijn de volgende audits afgenomen: ​

Persoonsgerichte zorg 

Waar mogen we trots op zijn: 

  • Een verzorgende medewerker geeft aan dat het Martinushuis een redelijk klein huis is, waar iedereen elkaar kent en groet. Het team is stabiel en medewerkers zijn goed op de hoogte van wat er speelt bij de cliënten en ze kunnen bij elkaar terecht met vragen.
  • Een familielid van een overleden cliënt gaf aan dat de bewoner 'thuis' is opgebaard, dat 'thuis' is in het Martinushuis. 'Als de familie dit zo ervaart dan doen we het goed', vertelt de teammanager. De samenwerking verloopt goed, alle medewerkers mogen zijn wie ze zijn en er is ruimte om eventuele valkuilen bespreekbaar te maken.
  • De psycholoog geeft aan dat er overstijgend wordt gekeken, dit is een compliment voor de medewerkers.
  • Er is een kat op de afdeling. Die brengt afleiding en plezier. Er wordt ook rekening gehouden met de mensen die niet van katten houden.
  • Verder werd er aangegeven dat het niet overal vanzelfsprekend is dat je welkom wordt geheten als je hiebinnen komt lopen, dat wordt in het Martinushuis wel altijd gedaan en daardoor als bijzonder ervaren.

    Waar hebben we aan gewerkt:
  • Gewerkt aan de wijze en maken van consequente rapportages​.

Vrijheidsbeperking

Waar mogen we trots op zijn:

  • Het team is er trots op dat ze weinig vrijheidsbeperkende maatregelen inzet. De omgang met de cliënten en de indeling van het gebouw speelt hier een rol in volgens de aanwezigen.
  • Fysiotherapeut geeft aan dat er tijdens een MDO goede afspraken zijn gemaakt bij een cliënt met valrisico. Er is multidisciplinair besloten een vrijheidsbeperkende maatregel (VBM) in te zetten om het valrisico te beperken. Er wordt bewust gekeken naar de minst zware VBM. Er was geen andere oplossing voor het probleem te bedenken.
  • De psycholoog geeft aan er trots op te zijn dat de zorgmedewerkers en behandelaren elkaar goed weten te vinden, er zijn korte communicatielijnen.

Waar hebben we aan gewerkt:

  • Met de komst van de Wet Zorg en Dwang per 1 januari 2020 dient het team op de hoogte te zijn van de veranderingen in de wetgeving. Dit is besproken in het multidisciplinaire team en concrete afspraken zijn gemaakt over de wijze van vastlegging in het zorgdossier. 
  • Bedden in laagste stand, sensor en valmat worden nu met regelmaat ingezet uit oogpunt van veiligheid. Blijf met het multidisciplinaire team waakzaam dat dit geen standaard maatregel wordt. Overweging bij iedere client of de inzet van deze vrijheidsbeperkende maatregel noodzakelijk is. 
  • Zorg dat de evaluatie van de VBM voldoet aan de eisen van de Wet Zorg en Dwang en passend is binnen het beleid van BrabantZorg. Betrek eventueel de BOPZ-commissie in geval van twijfel of onduidelijkheid. 
  • Kwaliteitsverpleegkundige en behandelaren bespreken met elkaar in hoeverre de behandelaren, samen met de zorgmedewerkers, meegenomen kunnen en willen worden in de informatievoorziening over de Wet Zorg en Dwang.  
  • Er zijn met alle disciplines en zorgmedewerkers concrete afspraken gemaakt rondom de evaluatie. ​

Checks 

Schoonmaakonderhoud 

 Op alle locaties worden twee keer per jaar schoonmaakchecks gepland. Deze checks worden in de meeste gevallen samen met de voorwerkster uitgevoerd. Het doel van het uitvoeren van deze checks is om de huishoudelijke dienst in de locaties te kunnen ondersteunen in de juiste uitvoering van hun werkzaamheden. Uit de checks komen tips en adviezen om het kwaliteitsniveau van het schoonmaakonderhoud binnen de locaties op een goed niveau te houden of op een hoger niveau te krijgen.

De schoonmaakchecks worden volgens een erkend schoonmaakcontrolesysteem gedaan, namelijk VSR-KMS (Vereniging Schoonmaak Research-Kwaliteit Meet Systeem). Tijdens de check wordt er in een aantal, door de computer bepaalde, ruimten (steekproefsgewijs) gekeken hoe de stand van zaken van schoonmaakonderhoud is in deze ruimten. Van elke check wordt een verslag gemaakt dat wordt opgeslagen op de interne site van BrabantZorg zodat medewerkers van elkaar kunnen leren.

HACCP, oftewel voedselveiligheid 

In de locaties waar zelf wordt gekookt, moet de Hygiënecode voor voedingsverzorging gehanteerd worden. Om de voedselveiligheid voor onze cliënten te kunnen waarborgen, moeten medewerkers op de hoogte zijn van de inhoud van deze hygiënecode. Vanuit de hygiënecode is ook vastgelegd dat organisaties een keer per jaar een HACCP-check moeten uitvoeren in de huiskamers waar zelf wordt gekookt. Middels deze HACCP-check wordt gekeken in hoeverre er in de keuken aan deze richtlijnen wordt voldaan. De check bestaat uit een vragenlijst met 36 vragen. Van deze HACCP-check wordt een verslag gemaakt dat wordt opgeslagen op de interne site van BrabantZorg zodat medewerkers van elkaar kunnen leren. In Martinushuis worden alle maaltijden vanuit de centrale keuken verzorgd. Een vrijwilliger bereid, samen met een groep cliënten, als activiteit één maal per week een soep en één maal per week een volledig maaltijd.​

Veiligheid RI&E

​De veiligheidsscan is een instrument dat (periodiek) het niveau van (brand)veiligheid meet in een locatie van BrabantZorg. De veiligheidsscan wordt bij iedere locatie jaarlijks uitgevoerd en heeft als doel het kenbaar maken van risico’s die mogelijk kunnen leiden tot onveilige en gevaarlijke situaties. Met de vastgestelde aandachtspunten kan een team of locatie aan de slag om een veiligere werk- en leefomgeving te creëren. 

De veiligheidsscan wordt uitgevoerd op vier hoofdonderwerpen:  

  • Organisatorisch: hoe worden de zaken rondom veiligheid door medewerkers uitgevoerd?
  • Bouwkundig: hoe is de veiligheid van het gebouw (denk aan vluchtwegen, gebruikte materialen, compartimentering etc.)?
  • Installatietechnisch: hoe is het gesteld met de installaties en de veiligheid ten aanzien van (elektro)technische zaken?
  • Beleid: wat is er wel en niet geborgd in beleid?​​