Orthopedagoog Generalist Kristen Klaassen over systeemwerk
Kristen Klaassen-Hendriks is de eerste orthopedagoog generalist (OG) binnen BrabantZorg. Waar de GZ-psycholoog een bekende naam is in heel Nederland, is de functie van een OG in de ouderenzorg nog volop in opkomst. Een gesprek over de kracht van context, systemisch werken met Playmobil-poppetjes en de diepe impact van een gedwongen opname.
Een orthopedagoog in de ouderenzorg, dat horen mensen waarschijnlijk niet dagelijks?
"Klopt! Als ik vertel dat ik orthopedagoog generalist ben, denken mensen heel vaak dat ik orthopeed ben. Dan vragen ze of ik knieën of heupen opereer. Of ze verwarren me met een podotherapeut en denken dat ik steunzolen maak. In de gehandicapten- en jeugdzorg is de functie wel bekend, maar in de ouderenzorg is het echt iets nieuws. Dat komt ook omdat de orthopedagoog generalist pas sinds een paar jaar een BIG-registratie heeft, terwijl de GZ-psycholoog dat al veel langer heeft."
Een eeneiige tweeling waarvan de één opgroeit in Afrika en de ander in Amerika, ontwikkelt zich tot twee totaal verschillende mensen. Dat is wat een systeem en context met een mens doet.
Wat is nou eigenlijk het verschil tussen jouw werk en dat van een GZ-psycholoog?
"Als je het heel zwart-wit afpelt, wordt een GZ-psycholoog opgeleid om protocollaire behandelingen uit te voeren en psychiatrische ziektebeelden te diagnosticeren. Een orthopedagoog generalist wordt specifiek opgeleid om mensen te behandelen die in een afhankelijkheidsrelatie staan. Denk aan kinderen, mensen met een handicap, of in dit geval: ouderen.”
“Daarnaast kijken wij niet primair naar het 'beter maken' van een stoornis, maar proberen we bij te dragen aan het systeem en de context waarin iemand functioneert. Gedrag staat nooit op zichzelf; het wordt gevormd, beloond of in stand gehouden door de omgeving. Wij kijken minder naar de stoornis en veel meer naar iemands behoeften: wat heeft deze unieke persoon in deze situatie nodig?"
Wij kijken minder naar de stoornis en veel meer naar iemands behoeften: wat heeft deze unieke persoon in deze situatie nodig?
Hoe uit die afhankelijkheidsrelatie zich bij jullie cliënten?
"Onze cliënten zijn voor hun eerste levensbehoeften, zoals eten en verzorging, afhankelijk van de mensen die voor hen zorgen. Als wij naar de huisarts gaan, zitten we daar als gelijkwaardige gesprekspartners. Onze cliënten kunnen niet zomaar opstaan uit hun rolstoel om te gaan koken. Die afhankelijkheid doet iets met hoe je je presenteert. Als je opeens de regie moet inleveren, is dat ontzettend pijnlijk en moeilijk te behappen."
Je werkt zowel intern op de PG-afdelingen als extramuraal. Wat doe je precies bij mensen thuis?
"In de eerste lijn, dus bij mensen thuis, word ik vaak ingezet voor diagnostiek. De vraag van de huisarts is dan meestal: is hier sprake van dementie of zien we bijvoorbeeld een depressie of angststoornis? Maar als ik dan aan de keukentafel zit, zie ik al snel dat de situatie veel complexer is. De ziekte is al overgesprongen op de omgeving. Er is wrijving tussen partners of er is rolverschuiving ontstaan ten opzichte van de kinderen. De situatie met de cliënt heeft ook grote invloed op de omgeving.”
Hoe pak je die complexe gezinssituaties aan? Je gebruikt daar wel eens bijzonder 'gereedschap' voor, toch?
"Klopt, ik praat zelf graag in metaforen, zoals over tandwieltjes die vroeger heel soepel liepen, maar waarvan er nu eentje permanent verroest is. Om dat visueel te maken, gebruik ik steeds vaker een methodiek met Duplo- en Playmobil-poppetjes.”
“Praten over relatieproblemen, oud zeer en verdriet is heel complex en vraagt om een hoog abstractievermogen, wat door dementie vaak lastig is. Door die poppetjes letterlijk op tafel te zetten, haal ik cliënten uit de verbale verdediging. Iemand hoeft niet meer heel ingewikkeld te reflecteren, maar kan gewoon een poppetje omdraaien en zeggen: 'Ik vind het stom als jij zo doet.' Dat maakt het ontzettend laagdrempelig. Ik probeer ook steeds vaker te tekenen tijdens gesprekken. Het vertraagt de hectiek en opent nieuwe ingangen.”
Door er vanaf dag één te zijn, een kop koffie aan te bieden en puur te vragen: 'Hoe is dit voor jullie en hoe is het de afgelopen tijd gegaan?', bied je de hoognodige steun
Je bent ook nauw betrokken bij de opnames op de PG+ en het Kortdurend Verblijf. Hoe intensief zijn die momenten voor de naasten?
"Ontzettend intensief. Een opname op kortdurend verblijf is vaak heel plotseling en de impact op de familie is gigantisch. Voorheen kon het even duren voordat er een intakegesprek was. Nu hebben we binnen 48 uur na binnenkomst altijd een uitgebreid opnamegesprek samen met de familie.”
“Soms hoor ik om me heen: 'Laat die partner of familie nou eerst even bijkomen.' Maar hoe kan zo'n partner thuis in zijn/haar eentje bijkomen van zo'n ingrijpende gebeurtenis? Familieleden komen hier vaak binnen met een enorme shock, onmacht en soms zelfs een diep schuldgevoel. Ze geven wel hun partner of ouder uit handen met wie ze soms al tientallen jaren lief en leed, en een bed hebben gedeeld. Dat is een enorm kwetsbaar moment.”
“Juist daarom plannen we dat gesprek zo snel. Door er vanaf dag één te zijn, een kop koffie aan te bieden en puur te vragen: 'Hoe is dit voor jullie en hoe is het de afgelopen tijd gegaan?', bied je de hoognodige steun. Je kijkt verder dan alleen het ziektebeeld en laat de naasten voelen dat zij er ook toe doen.”
“Als ik later in de week moet meedenken over een moeilijke behandelbeslissing, ligt er een basis van vertrouwen. Op het moeilijkste moment heb je de naasten opgevangen en hebben ze even op jou kunnen leunen. Dat is voor mij de essentie van ons werk: het is écht samenwerken met het hele systeem."
Is er een specifieke casus die je altijd zal bijblijven?
"Er was een meneer die hier op het terrein woonde met wie geen verbale communicatie meer mogelijk was, alleen nog via klanken. Ik wist op een gegeven moment niet of die klanken nog een betekenis hadden. Maar ik ging gewoon bij hem zitten en bootste zijn klanken na. Als hij begon te schaterlachen, deed ik dat ook. Op zo'n moment zag ik de herkenning in zijn ogen. Mijn week was niet compleet als ik niet bij hem was geweest.”
“Toen hij stervende was, liet de familie mij toe aan zijn bed en heb ik samen met zijn dochter herinneringen opgehaald. Achteraf bleek hij op dezelfde dag jarig als mijn vader en hij had vroeger zelfs hetzelfde beroep. Dat was heel wonderlijk en raakte me diep. Juist in die laatste levensfase mag je als behandelaar mens tot mens contact maken. Dat rijke levensverhaal dat onze cliënten meedragen, maakt dit werk zo ontzettend eervol."